Rouw

Ik ben een nutteloze last der aarde:
mijn vriend, mijn enige, heb ik verloren.
Hij ligt verslagen die mij trouw bewaarde.
Wij hadden elkander tot een vriend verkoren.
 
Verdoemd de dageraad die dit onheil baarde,
verdoemd de dag dat zelf ik ben geboren.
Mijn vriend, mijn enige, heb ik verloren.
Ik ben een nutteloze last der aarde.
 
Verdeelt tesamen wat ik mij vergaarde
en kome mij geen laf beklag ter ore.
Mijn zwaard, mijn schild, zij zijn mij zonder waarde.
Gaat van mij heen - ik wil zijn naam niet horen.
Ik ben een nutteloze last der aarde.
 
M. Vasalis (1909-1998)
Uit: Vergezichten en gezichten (1954)